Stamppot eten tot het trauma erop volgt

opa's picknick

Het was gisteren kijkdag in het Tropenmuseum. In het kader van de Fotoweek lagen zo’n honderd gescande fotoalbums klaar om doorgebladerd en herkend te worden, om eindelijk na jaren weer thuis te komen.

Het project ‘Foto zoekt familie‘, waarvan de kijkdag onderdeel was,  is fascinerend: meer dan duizend albums zijn in 1948 uit Indonesië overgekomen (ik verval meteen in verloftermen) en in het Tropenmuseum beland. Ze werden door militairen en Rode-Kruismedewerkers gevonden in de verlaten huizen van Indische Nederlanders die naar Nederland waren gerepatrieerd. Ruim zevenhonderd fotoboeken belandden bij hun rechtmatige eigenaar, maar 335 bleven nog ‘verweesd’ achter.

De opkomst in de ochtend was bescheiden, een beetje Indisch zou je bijna zeggen. Misschien kwam het doordat de albums allemaal gewoon thuis bekeken kunnen worden op de eigen computer. Er werd een film vertoond van de jonge Indische antropologe Dewi Staal, die de zoektocht van haar tante vastlegde in de film Het verhaal uit de koffer. Wat tante zocht? Informatie over het verleden van haar ouders. Aan de hand van oude foto’s en brieven uit de koffer ging ze op pad en ze vond vooral eenzaamheid, ellende, teleurstelling en een afschrikwekkende opvang in het voormalige kamp Westerbork bij aankomst in Nederland. De film wekte veel herkenning op in de zaal. Iederéén had ooit wel een ‘oma Moes’, iedereen had leren omgaan met het overbekende ‘soedah’, laat maar.

Toch bleef bij mij knagen: dat je het afschuwelijk hebt gehad, is dat een reden om te zwijgen? En als dat zo is, wat zit daar dan achter? Schaamte, woede, teleurstelling, trots? Kon de moeder het zelf niet aan om eraan terug te denken, of wilde ze haar kinderen er niet mee belasten? In Staals afstudeerscriptie komt de reden van het Indisch zwijgen gelukkig wel uitgebreid aan bod – vanaf pagina 14. Hierbij was de wens (tevens het advies van de overheid) om niet om te zien en je zo snel mogelijk aan te passen, misschien wel doorslaggevend. Vooruit moesten ze, om met John Ewbank te spreken: stamppot eten – tot het trauma erop volgt.

Ach, je zou ze wel door elkaar willen schudden soms, die zwijgende oude Indo’s. Spreek! Voor het te laat is! Laat ons niet dikke boekwerken en foto-albums van anderen hoeven door te ploegen om zo iets van júllie leven te begrijpen! Maar ja, ze zijn zo broos, zo fragiel. Waarom zou je ze pijn doen door ze te dwingen nare herinneringen op te halen? En voor je het weet, zeg je het zelf per ongeluk: soedah, laat maar.

 

Foto afkomstig uit het foto-album van mijn grootouders. De man rechts met hoed en snor is mijn opa.

Be first to comment